
Vandaag ben ik een dag alleen. Dat gebeurt wel vaker. Zoals gisteren bijvoorbeeld. Ik voelde me vroeger in zo’n momenten soms eenzaam. Maar dat is nu anders merk ik. Er is geen lijden meer. Integendeel.
Wat is er dan gebeurd? Want het is niet dat het alleen zijn is veranderd. De omstandigheden zijn niet veranderd. En toch voel ik me niet meer eenzaam.
Als ik hierover nadenk is er eerst een denkfout dat ik wil rechtzetten. Ik “voel” me niet eenzaam of alleen. Dat is geen ‘gevoel’ maar een ‘oordeel’. Dus een gedachte, een overtuiging. Die ik vroeger voedde door mezelf te vergelijken met anderen die op dat moment “iets veel leukers hadden” (= oordeel), want ze waren op uitstap en postten aan de lopende band foto’s op de socials. Dat is voor veel mensen herkenbaar, zelfs voor degenen die iedere dag mensen zien of opzoeken om maar niet alleen te zijn. De mens heeft verbinding inderdaad nodig.
Zinbeleving doet zich vrijwel altijd voor in de context van een verbinding. Dat kan met anderen zijn, met de maatschappij, met de natuur, met kunst, muziek, met… vul maar in.
We hebben dus met andere woorden niet per se een sociale verbinding nodig om onze menselijke behoefte aan verbinding te vervullen. Zelfs in afzondering kun je je verbinden met iets groters.
Dit toont aan dat verbinding niet afhangt van externe omstandigheden, maar van mijn mentale instelling en waar ik aandacht aan geef.
Een aantal jaar oordeelde ik over alleen zijn. Ik zei zei er “neen” tegen. Ik wou niet alleen zijn. Omdat anderen dat raar zouden vinden bijvoorbeeld. Omdat ik uit de boot zou vallen. Omdat ik er niet bij zou mogen horen. Het curieuze is dat ik vroeger als kind ook vaak koos om alleen te zijn. Dan kon ik op het gemak bouwen aan lego bijvoorbeeld. Of fietstochten maken. Of zelfs alleen naar Bellewaerde gaan (dat was praktisch onze tuin).
Het doet me denken aan hoe sommigen het ongewoon vinden dat anderen kiezen om dingen alleen te doen. Ik hoor ook mensen commentaar hebben en roddelen over anderen die iets alleen doen. Misschien zijn ze, en ik ga nu een algemeen oordeel uitspreken waarvan ik niet weet of het waar is, opgelucht omdat ze dat zelf ongemakkelijk zouden vinden. Het wijkt af van de norm om in gezelschap te vertoeven. Mensen projecteren vaak hun eigen gevoelens over alleen-zijn op anderen en vinden zelfstandige keuzes daarom soms vreemd. Enfin, ik was ooit bang voor de reacties van anderen omdat ik me niet altijd wilde houden aan de ongeschreven groepsregels. Ik wilde het negatieve zelfbeeld van zieligaard vooral camoufleren.
Nu heb ik geleerd dat alleen zijn en eenzaamheid twee totaal verschillende ervaringen zijn. Alleen zijn is een feit. Eenzaamheid is een oordeel. En de emoties die onstonden omdat ik eenzaamheid niet aanvaardde? Dat was een toestand van interne oorlog! Een kleine opsomming van mijn emoties (+ oordelen) en de gevolgen daarvan (in willekeurige volgorde):
Woede en kwaadheid : “Dit mag niet, dit is niet eerlijk!”
Verontwaardiging – tegen anderen en tegen mezelf
Frustratie, omdat ik het niet kon veranderen (dacht ik toen)
Verzet, een constant gevecht tegen wat er was
Schaamte: “Ik zou niet eenzaam mogen zijn”
Schuldgevoelens: “Het is mijn eigen schuld”
Minderwaardigheidsgevoel: “Andere mensen zijn niet eenzaam”
Paniek: “Dit wordt nooit beter”
Angst: “Ik zal altijd alleen zijn”
Geen wonder dat mijn brein hiermee geen weg mee wist.
De vicieuze cirkel:
Eenzaamheid ervaren (oordeel)
“Dit kan niet!” (verzet)
Woede, angst, schaamte (emoties)
Nog meer lijden (emotioneel geweld tegen mezelf)
Nog meer verzet (“Nu voel ik me nog slechter!”)
Enz, enz,…
Het wordt nog iets duidelijker als ik het ABC-schema van Albert Ellis erbij neem:
A (Activating event/aanleiding): Ik ben alleen.
B (Belief/oordeel of interpretatie): “Dit is erg/slecht/ongewenst. Dit wil ik niet.”
C (Consequence/ gevolg of gevoel): frustratie, woede, angst,…. het ‘gevoel’ dat ik “eenzaamheid” noem met als gevolg dat ik ga lijden.
Het probleem is dat ik dacht dat A direct tot C leidde, maar in werkelijkheid is het B – mijn oordeel – dat de emotie veroorzaakt. Het alleen zijn is niet de oorzaak van mijn lijden, wel mijn interpretatie ervan. Voelen en denken worden vaak verward.
Dat is alleen maar goed nieuws, want oordelen liggen in mijn macht. De externe omstandigheden niet altijd.
Maar hoe ben ik daar uit gestapt?
De enige mogelijkheid om deze strijd en lijden weg te nemen is het opgeven van de strijd.
Mijn transformatie volgt zeer schoon het vier-fasen model van bewustwording:
Fase 1: Onbewust onbekwaam – “Ik wist niet dat mijn oordeel over alleen zijn het probleem was”
Fase 2: Bewust onbekwaam – “Ik zie dat mijn verzet tegen alleen zijn lijden veroorzaakt, maar ik kan er nog niets aan veranderen”
Fase 3: Bewust bekwaam – “Ik kan bewust kiezen voor aanvaarding wanneer ik alleen ben”
Fase 4: Onbewust bekwaam – “Alleen zijn voelt nu natuurlijk en vanzelfsprekend”
Het praktische verschil:
Feit: Ik ben alleen
Oordeel: “Dit is eenzaamheid/dit is erg”
Alternatief oordeel: “Dit is solitude/dit is rust/dit is een kans voor zelfreflectie/nu kan ik in alle rust werken aan mijn schrijven”
Door het oordeel te veranderen, een nieuw verhaal te creëren, verandert onmiddellijk de emotionele ervaring zonder dat er iets aan de externe situatie verandert.
Door ‘ja‘ te zeggen tegen eenzaamheid wanneer die zich voordoet – niet omdat ik het per se leuk moet vinden, maar omdat verzet alleen maar extra lijden creëert – kom ik tot rust. Want inderdaad, ik heb ook de behoefte om met anderen te zijn. Dit is geen pleidooi om dan maar alleen te moeten blijven. Het is een pleidooi om de strijd tegen alleen zijn op te geven.
Door niet langer te vechten tegen alleen zijn, is de energie die ik vroeger investeerde in verzet nu vrijgekomen voor iets positiefs. Nu schrijf ik bijvoorbeeld mijn nieuwsbrieven. Of ga ik een wandeling maken. Of stuur ik mensen een bericht om eens af te spreken.
En misschien verkies ik liever de verbinding met het leven zelf boven de vaak oppervlakkige sociale verbindingen waar veel mensen hun toevlucht toe nemen. Die oppervlakkige gesprekken? Ja inderdaad, dat is een oordeel. Dat kan ik ook aanvaarden dat die er zijn.
Ja maar…
Ik hoor vaak mensen zeggen dat het lichaam (emoties, je “goed/slecht” voelen) niet altijd luistert naar het hoofd. Wanneer je niet gelooft wat je zegt, wanneer je bijvoorbeeld zelf een ander oordeel creëert, je mag doen wat je wilt, dat het lichaam niet gaat luisteren. En inderdaad, als je dat niet gelooft mag je op je hoofd staan, dan nog werkt het niet. Maar wie gelooft dat op je hoofd staan goed is voor zijn of haar welzijn zal zich goed beginnen voelen. Dat is nu het merkwaardige. Dat is het placebo-effect.
Nieuwe gewoonten ontstaan even gemakkelijk en op dezelfde manier als alle andere gewoonten: door herhaling.
Het proces:
Bewust andere verhalen gaan vertellen
Aanvankelijk voelt dit “onecht” aan
Door herhaling worden de nieuwe patronen net zo automatisch
Het lichaam gaat de nieuwe boodschappen “geloven”
Waarom het aanvankelijk “onecht” voelt?
Ons emotionele brein/lichaam heeft jaren dezelfde boodschappen gekregen. Natuurlijk voelt een nieuwe boodschap aanvankelijk vreemd aan. Maar zoals Lao Tze zei:
Let op uw gedachten, want ze worden woorden; let op uw woorden, want ze worden daden; let op uw daden, want dat worden gewoonten; let op uw gewoonten, want dat wordt uw karakter; let op uw karakter, want dat wordt uw leven.
Het is geen bedrog van jezelf – het is hertraining. Mijn lichaam heeft geleerd om op bepaalde manieren te reageren op alleen zijn. Nu leerde ik een andere, gezondere respons.
Het cruciale verschil met “faken” (= oordeel):
Faken = doen alsof terwijl je niet gelooft
Placebo/narratief = het verhaal gaat echt werken omdat je brein erop reageert
Taal verandert niet de werkelijkheid, maar verandert wel de beleving van de werkelijkheid.
Als je gelooft dat iets zal lukken, zal je kansen zien. Als je gelooft dat iets niet zal lukken, zal je obstakels zien. – Wayne Dyer
Dat is toch wonderlijk.
